Make your own free website on Tripod.com

STEVIA and STEVIOSIDE


<Click image to enlarge>

 

Stevia rebaudiana Bertoni is een kleine, kruidachtige, half-houtige, meerjarige struik behorend tot de Asteraceae familie (Compositae) afkomstig uit bepaalde streken van Zuid-Amerika (de Amambay Mountain regio in Oost-Paraguay en Parana in Brazilië). Ze groeit in een semi-droog habitat gaande van grasland en wouden tot bergachtig terrein.

De plant werd verspreid in de landen rond de Stille Zuidzee. Het blad van de plant wordt nu gebruikt in zijn ruwe vorm en commercieel verwerkt tot zoetstof.

De Guarany en Mato Grosso Indianen van Paraguay kennen al eeuwenlang de unieke voordelen van kaa he-he, de inheemse naam die kan vertaald worden als "zoet kruid". De inheemse bevolking kende de zoetende kracht van de wilde stevia struik. Ze gebruiken de bladeren van de wilde stevia-struik om de smaak te verbeteren van de bittere mate (een soort thee; Ilex paraguariensis) en voor medische drankjes of ze kauwden gewoon de bladeren voor hun zoete smaak.

Het wijdverspreide gebruik van Stevia werd opgetekend door de Spaanse Conquistadores van de zestiende eeuw in historische documenten die bewaard worden in de Paraguan National Archives in Asuncion. Historici noteerden dat de inheemse volkeren sinds mensenheugenis hun kruidenthee zoeten met de stevia bladeren. Tegen 1800 was een dagelijks gebruik van stevia een feit in Paraguay en in de buurlanden Brazilië en Argentinië.


Stevioside, een kristallijn diterpeen glucoside, wordt ontrokken aan de bladeren van Stevia. Stevioside is niet-calorisch en200-300 maal zoeter dan sucrose. Andere kenmerken van deze natuurlijke zoetstof zijn : niet-fermenteerbaar, niet verkleurend, hittebestendig tot 95°C en een lange bewaartijd. Het Steviosidegehalte varieert tussen 4 en 20 % van het droog gewicht van de bladeren en rond 11 % bij normale oogsten.
Andere componenten aanwezig in lagere concentraties wijn : dulcoside A (±0.5 %), steviolbioside (trace), rebaudioside A (±3 %), B (sporen), C (± 1.5 %), D and E (sporen). Een typische samenstelling van de meest belangrijke componenten in de bladeren is :
-proteďnen: ± 6.2%
-lipiden: ± 5.6%
-totale carbohydraten (dosering met anthrone-methode): ± 53%
-stevioside: ± 11%
-rebaudioside A: ±2%
-rebaudioside C: ± 2%

 

Stevioside is een natuurlijk non-calorisch alternatief voor artificieel gemaakte suiker surrogaten. Een overzicht over de veiligheid van Stevia en stevioside wordt gegeven door J. Geuns. (Recent Res. Dev. Phytochem., 4 (2000):75-88).

Sedert 1970 werden de stevia extracten in veel landen gebruikt als suikersubtituut. Stevia werd en wordt nog steeds gekweekt in verschillende landen : Paraguay, VS, Mexico, Centraal America, Japan, China, Malaysia, Zuid Korea, Spanje, Italië, België en het Verenigd Koninkrijk. In Japan maakt stevia 5.6 % uit van de zoetstoffenmarkt. Stevia gebruik in de VS is tegenwoordig gelimiteerd omdat de Food and Drug Administration het gebruik ervan niet toelaat in industriële en verwerkte voedselproducten. In 1991 bande het FDA het gebruik van stevia en beweerde dat het een 'onveilig voedsel additief' zou zijn. Het FDA laat sinds 1995 de verkoop van Stevia toe, maar enkel als een voedingssupplement.

Het product kan toegevoegd worden in gekookte en gebakken voedsel en in dranken. In de landen rond de Stille Zuidzee, China, Korea en Japan wordt stevia regelmatig gebruikt in voedselbereidingen en in farmaceutische producten. In Japan alleen wordt jaarlijks ongeveer 50 ton stevioside gebruikt voor een waarde van €140 miljoen Euro. De marktopportuniteiten lijken goed. Uit statistieken blijkt dat er in sommige landen 30% van de nodige suiker vervangen wordt door synthetische zoetstoffen zoals stevia.